Plan je Boutique Session

Het project is afgerond, maar het resultaat blijft uit

Een afgevinkt projectdossier naast een parcours dat na de finishlijn verdergaat, met een ontbrekende verbinding naar het einddoel.

Het nieuwe systeem is opgeleverd, de werkinstructies zijn beschikbaar en de laatste projectvergadering staat in de agenda. Volgens de planning kan het project worden afgesloten. Toch werken medewerkers nog met hun oude bestanden, kost de nieuwe werkwijze voorlopig meer tijd en merkt de klant weinig van de beloofde verbetering.

Dat hoeft niet te betekenen dat het project verkeerd is uitgevoerd. Het maakt wel een belangrijke vraag zichtbaar: wanneer noemen we een project succesvol? Als we dat oordeel vooral baseren op wat is opgeleverd, kan de afronding eerder komen dan het resultaat waarvoor het project ooit begon.

Oplevering en resultaat vragen om een andere beoordeling

Bij de start van een project bestaat meestal een duidelijke aanleiding. Aanvragen blijven te lang liggen, informatie is moeilijk terug te vinden of verschillende afdelingen voeren hetzelfde werk dubbel uit. Er wordt een verandering bedacht die dit moet verbeteren, zoals een nieuw systeem, een aangepast proces of een gezamenlijke werkwijze.

Tijdens de uitvoering verschuift de aandacht gemakkelijk naar de onderdelen die daarvoor moeten worden gemaakt. Het systeem moet worden ingericht, het proces beschreven en de training georganiseerd. Die onderdelen zijn concreet, planbaar en te controleren. Daardoor kunnen ze ook de voortgangsrapportage gaan bepalen.

Zo ontstaat er afstand tussen de oorspronkelijke bedoeling en de beoordeling aan het einde. Een ingerichte omgeving laat zien dat iets beschikbaar is. Een gevolgde training laat zien dat iemand uitleg heeft gekregen. Of het werk daardoor beter verloopt, vraagt om een andere beoordeling.

Stel dat een organisatie een centraal aanvraagsysteem invoert om aanvragen sneller af te handelen. Bij de oplevering zijn de formulieren getest, kunnen medewerkers inloggen en is de handleiding gepubliceerd. Daarmee is een belangrijke stap gezet. Voor de beoogde verbetering moet vervolgens ook blijken dat aanvragen daadwerkelijk via die route binnenkomen, bij de juiste medewerker terechtkomen en met minder vertraging worden afgehandeld.

Wanneer alleen de technische oplevering wordt beoordeeld, blijft dat laatste deel buiten beeld.

De overgang naar dagelijks gebruik hoort bij de verandering

In een projectomgeving is er gerichte aandacht voor de nieuwe situatie. Er zijn overleggen, besluiten en mensen die vragen beantwoorden. Na de afronding moet de verandering passen binnen het gewone werk, tussen alle andere taken en prioriteiten.

Juist dan worden omstandigheden zichtbaar die tijdens een test minder opvallen. Een medewerker weet bijvoorbeeld hoe het systeem werkt, maar krijgt aanvragen nog steeds via e-mail binnen. Een leidinggevende verwacht dat het team de nieuwe route gebruikt, terwijl de oude route beschikbaar blijft. Of een uitzondering blijkt zo vaak voor te komen dat medewerkers er een eigen oplossing voor ontwikkelen.

Dat soort signalen verdient onderzoek voordat het wordt uitgelegd als onwil of weerstand. Misschien is de nieuwe werkwijze onvoldoende duidelijk, ontbreekt er een noodzakelijke bevoegdheid of sluit een processtap niet goed aan op de praktijk. Extra uitleg helpt alleen wanneer een gebrek aan uitleg ook werkelijk het probleem is.

Daarom vraagt de overgang naar dagelijks gebruik om meer dan een overdracht van documenten. Er moet duidelijk zijn wie vragen en knelpunten oppakt, wie over aanpassingen beslist en wie beoordeelt of de verandering het beoogde effect heeft. Als die verantwoordelijkheid na de projectafsluiting nergens expliciet terechtkomt, kan iedereen aannemen dat iemand anders erop let.

Maak vooraf duidelijk waaraan succes herkenbaar wordt

Een bruikbare beoordeling begint bij het probleem dat het project moet oplossen. Wat moet er straks merkbaar anders gaan, voor wie en onder welke omstandigheden? Hoe concreter dat is beschreven, hoe beter tijdens en na de uitvoering kan worden gevolgd of de verandering de goede kant op gaat.

Bij het centrale aanvraagsysteem kan de beoordeling bijvoorbeeld uit drie samenhangende vragen bestaan:

  • Is de oplossing beschikbaar en bruikbaar? Werken de formulieren, toegangsrechten en routering zoals afgesproken?
  • Wordt de nieuwe werkwijze toegepast? Komen aanvragen via het systeem binnen en kunnen medewerkers ze daar afhandelen?
  • Verbetert daarmee het werk? Blijven aanvragen minder lang liggen en hoeven medewerkers minder ontbrekende informatie na te vragen?

Deze vragen maken ook duidelijk waar bijsturing nodig is. Als het systeem werkt maar nauwelijks wordt gebruikt, verdient de overgang naar de nieuwe werkwijze aandacht. Als medewerkers het wel gebruiken maar aanvragen even lang blijven liggen, moet worden onderzocht welke andere oorzaken de afhandeling vertragen.

Daarbij helpt een beeld van de beginsituatie. Zonder te weten waar vertraging ontstaat en hoe het werk vóór de verandering verloopt, is het lastig om later vast te stellen wat is verbeterd. Een uitgebreide meting is niet altijd nodig; een passende combinatie van beschikbare gegevens, concrete voorbeelden en ervaringen van betrokkenen kan al richting geven. De onderbouwing moet wel passen bij de conclusie die je wilt trekken.

Ook het beoordelingsmoment verdient aandacht. Direct na de invoering kunnen medewerkers nog moeten wennen en is er mogelijk extra ondersteuning nodig. Een vroege controle laat zien waar het gebruik vastloopt. Een latere beoordeling kan vervolgens duidelijk maken of de verbetering standhoudt. Het geschikte moment hangt af van het werk en van hoe vaak de nieuwe werkwijze daadwerkelijk wordt toegepast.

Een project mag eindigen terwijl de opvolging doorgaat

Het is niet nodig om een project onbeperkt open te houden totdat ieder effect volledig zichtbaar is. Wel moet bij de afsluiting duidelijk zijn wat al is vastgesteld en wat nog moet blijken.

Een opdrachtgever kan bijvoorbeeld vaststellen dat de afgesproken oplossing is geaccepteerd en het projectteam zijn werk heeft afgerond. Tegelijk kan de verantwoordelijke manager de verdere invoering, resterende knelpunten en beoordeling van de resultaten overnemen. Daar horen concrete afspraken bij over bevoegdheden, beschikbare tijd en het moment waarop de uitkomsten worden besproken.

Zo blijft de projectafsluiting zorgvuldig, zonder dat zij meer succes suggereert dan op dat moment aantoonbaar is. Het bestuur of de opdrachtgever krijgt bovendien een bruikbaarder beeld: wat is opgeleverd, hoe verloopt het gebruik en wat weten we inmiddels over de beoogde verbetering?

Die duidelijkheid maakt het mogelijk om gericht te beslissen over aanvullende ondersteuning, aanpassingen of nader onderzoek.

Hoe ik help

Ik help om de verbinding tussen het oorspronkelijke vraagstuk, de projectoplevering en het dagelijkse gebruik concreet te maken. Dat kan door doelen en succescriteria aan te scherpen, de bestaande werkwijze te onderzoeken of zichtbaar te maken waar de overgang naar de nieuwe situatie vastloopt.

Daarbij kijk ik ook naar de opvolging: wie is verantwoordelijk, welke informatie is nodig om het resultaat te beoordelen en welke besluiten staan nog open? Zo ontstaat een onderbouwd beeld van wat is afgerond en wat nog aandacht vraagt.

Een oplevering is een belangrijk moment. De betekenis ervan wordt duidelijk wanneer ook zichtbaar wordt wat er in het werk door verandert.

BOUTIQUE SESSION

Helder krijgen waar het vastloopt.

Merk je dat iets in je organisatie niet goed loopt, maar is nog niet duidelijk waardoor? In 60 minuten brengen we in kaart wat er gebeurt en waar mensen, afspraken, informatie of systemen niet goed op elkaar aansluiten. Daarna weet je wat eerst aandacht nodig heeft en welke stap je kunt zetten.

Terug naar alle Insights →

Scroll naar boven